Archeologie

Samen met onze erkende archeologen zorgen wij voor een correcte, snelle en transparante opmaak van je archeologienota en gedegen uitvoering van jouw archeologisch onderzoek. We kunnen voor u het gehele archeologische traject verzorgen, gaande van bureauonderzoeken, over archeologienota’s, vooronderzoeken, tot opgraving en rapportage.

 

Archeologienota

In het nieuwe Onroerend Erfgoeddecreet, van start gegaan op 1 juni 2016, moet er voorafgaand aan de bouwvergunning een evaluatie van het archeologisch potentieel van het terrein worden gemaakt.

De criteria voor de noodzaak van een archeologienota bij de omgevingsvergunning zijn hier terug te vinden (“stroomschema archeologienota”) .

Die archeologienota is het resultaat van een archeologisch vooronderzoek, waarvoor je een erkende archeoloog moet aanstellen.

Een vooronderzoek start met een bureauonderzoek van bestaande bronnen. Op basis daarvan bepaalt de erkende archeoloog over er bijkomend onderzoek op terrein nodig is:

- een vooronderzoek zonder ingreep in de bodem (veldkartering, geofysisch onderzoek, landschappelijk booronderzoek of landschappelijke profielputten)

- een vooronderzoek met ingreep in de bodem (verkennend archeologisch booronderzoek, waarderend archeologisch booronderzoek, proefsleuven en proefputten, proefputten in functie van steentijd artefactensites).

De archeoloog bepaalt de impact van de geplande werken op het aanwezige archeologische erfgoed. In sommige gevallen is geen verdere actie nodig omdat er geen archeologisch erfgoed aanwezig is, omdat het erfgoed onvoldoende kennispotentieel bevat of omdat de werken een erfgoed niet zullen schaden (vrijgave van het terrein). In andere gevallen is behoud van het erfgoed mogelijk, bijvoorbeeld door aangepaste bouwplannen of uitvoeringswijze (behoud in situ). Wanneer dat echter niet kan, zal een opgraving moeten volgen. De archeoloog bepaalt dan de uitvoeringswijze van die opgraving en maakt een inschatting van de benodigde tijd en kosten.

  

Archeologienota met uitgesteld traject en nota

In sommige gevallen, omschreven in artikel 5.4.5 van het Onroerenderfgoeddecreet, is het niet mogelijk of wenselijk om al het noodzakelijke vooronderzoek (veldonderzoek) uit te voeren voorafgaand aan de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning (omgevingsvergunning). Bijvoorbeeld wanneer er geen proefsleuven gegraven kunnen worden omdat er nog een gebouw op het terrein staat. In zo’n geval vermeldt de erkende archeoloog in de archeologienota wat al genoteerd kan worden en verwijst hij naar een bijkomend document, dat na de bouwvergunning volgt. Nadat de bouwvergunning is verleend, stelt hij die nota op, op basis van een uitgesteld vooronderzoek met ingreep in de bodem.

Naast de resultaten van het uitgevoerde veldwerk wordt hierin een programma van maatregelen uitgewerkt. In dit laatste deel worden de resultaten samengevat en gekoppeld aan een advies dat omschrijft wat er al dan niet nog aan archeologisch onderzoek dient uitgevoerd te worden (vrijgave, of opgraving) of wat er aan beschermende maatregelen dient ingevuld te worden (behoud in situ).

 

Archeologienota en vergunning

Na de aktename voeg de bouwheer de archeologienota bij de aanvraag tot omgevingsvergunning. Wilt de bouwheer de termijn van 15 dagen liever niet afwachten om de vergunningsaanvraag in te dienen, dan kunt hij/zij aan de vergunningsaanvraag een archeologienota toevoegen waarvan op dat ogenblik nog geen akte genomen is maar die wel al gemeld is bij het agentschap of de erkende onroerenderfgoedgemeente. In elk geval moet je de archeologienota waarvan akte genomen werd, bezorgen aan de vergunningverlenende overheid vóór die een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. Je dient deze archeologienota dan in als aanvulling op je aanvraag.

Gaat het om een opgraving, dan wordt die voor de aanvang van de bouw- of verkavelingswerken uitgevoerd.

 

Opgraving

Wanneer de maatregel in de archeologienota een opgraving inhoudt, stelt de bouwheer na het verkrijgen van de vergunning een erkende archeoloog aan voor de uitvoering. Na afronding van het veldwerk brengt de archeoloog de opdrachtgever hiervan op de hoogte en kan hij met de bouw- of verkavelingswerken starten.

Image
Image
Image
Image