Regeling geldigheid OBO

Regeling geldigheid OBO

De geldigheid van het oriënterend bodemonderzoek is dan enkel bepalend voor overdracht.

De geldigheid van het oriënterend bodemonderzoek blijft 1 jaar indien er sinds het meeste recente verslag op de te onderzoeken grond nog een risico-inrichting gevestigd is of was. Het oriënterend bodemonderzoek blijft onbeperkt geldig indien er sinds het meeste recente verslag op de te onderzoeken grond geen risico-inrichting gevestigd is of was.
In de volgende situaties moet er toch een nieuw oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd:

  1. de ruimtelijke omschrijving van de onderzochte grond of gronden stemt niet overeen met de ruimtelijke omschrijving van de grond waarop de onderzoeksplicht rust, tenzij er voldaan is aan een van de volgende voorwaarden:
    1. de te onderzoeken grond ligt volledig binnen de ruimtelijke omschrijving van de onderzochte grond of gronden;
    2. de te onderzoeken grond wordt gevormd door een onderzochte grond en een grond waarop geen risico-inrichting gevestigd is of was;
  2.  de bestemming van de te onderzoeken grond is sinds het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek gewijzigd naar een bestemmingstype met een lagere bodemsaneringsnorm;
  3. sinds het meest recente verslag van oriënterend bodemonderzoek heeft er zich een schadegeval op de grond voorgedaan.

De situaties vermeld onder 1 a) en b) worden hieronder geïllustreerd aan de hand van eenvoudige voorbeelden.



Indien er op het blauwe onderzochte deel sedert de datum van ondertekening van het oriënterend bodemonderzoek “OBO 2000” en op het gele onderzochte deel sedert de datum van ondertekening van het oriënterend bodemonderzoek “OBO 2010” geen risico-inrichting gevestigd is of was, kan de overdracht van perceel C plaatsvinden (indien ook voldaan aan 2 en 3).



Indien er op perceel A of perceel B sedert de datum van ondertekening van het oriënterend bodemonderzoek “OBO 2010” geen risico-inrichting gevestigd is of was, kan de overdracht plaatsvinden (indien ook voldaan aan 2 en 3)
voorbeeld 1 b)

Perceel A = risicogrond, onderzocht in een OBO
Perceel B = geen risicogrond, niet onderzocht in een OBO
Indien er op het onderzochte en onderzoeksplichtige deel van perceel C sedert de datum van ondertekening van het oriënterend bodemonderzoek “OBO 2000” geen risico-inrichting gevestigd is of was en het niet onderzochte deel van perceel C is niet onderzoeksplichtig (wegens geen risicogrond), kan de overdracht plaatsvinden (indien ook voldaan aan 2 en 3).
De wijzigingen hebben enkele praktische gevolgen voor het bodemattest.

  1. Een goedgekeurd oriënterend bodemonderzoek behoudt zijn status van oriënterend bodemonderzoek, ook al dekt het oriënterend bodemonderzoek dat werd uitgevoerd op een vorige kadastrale toestand niet meer volledig het kadastraal perceel. Het oriënterend bodemonderzoek wijzigt dus niet meer in een onderzoeksverslag.
  2. Dit betekent dat de BKW-zin (“Ingevolge kadastrale wijziging voldoet het onderzoeksverslag van  dd.mm.jjjj niet als oriënterend bodemonderzoek voor deze grond.”) op het bodemattest verdwijnt. Dit geldt eveneens voor het deel oriënterend bodemonderzoek van een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek.
  3. Ook de overkoepelende classificatie “De OVAM beschikt niet over voldoende informatie om na te gaan of verdere maatregelen noodzakelijk zijn op deze grond.” wordt niet meer geselecteerd in het geval van een goedgekeurd oriënterend bodemonderzoek maar dat geen uitspraak meer doet over het volledige perceel, na een kadastrale wijziging.
  4. Het is de verantwoordelijkheid van de overdrager/notaris om op basis van de inhoud van het bodemattest te beoordelen of voldaan is aan de onderzoeksplicht van een risicogrond en of een overdracht van een grond mogelijk is. Hiertoe kan eventueel een bodemsaneringsdeskundige worden ingeschakeld.
  5. Bij de uitspraak over de bodemkwaliteit vermelden we wel wanneer de OVAM voor het perceel niet beschikt over een perceelsdekkend oriënterend bodemonderzoek. De volgende zin verschijnt op het bodemattest: “Door een wijziging van de perceelsgrenzen is er voor deze grond geen oriënterend bodemonderzoek beschikbaar dat een uitspraak doet over de bodemkwaliteit van de volledige grond. Aan de hand van artikel 64 VLAREBO-besluit moet er voor een risicogrond worden nagegaan of een nieuw oriënterend bodemonderzoek nodig is.” Het gaat hier enkel over oriënterende bodemonderzoeken, niet over exploitatie-onderzoeken, site-onderzoeken ed.

Om na te gaan op wel deel van een kadastraal gewijzigd perceel een oriënterend bodemonderzoek werd uitgevoerd, moet de informatie worden opgevraagd via de normale procedure. Meer info leest u op www.ovam.be/inzage.


Afdrukken